Ziekenhuis

Met een dubbelgevoel kijk ik naar buiten door het raam van het splinternieuwe ziekenhuis, acht hoog, uitzicht over Den Bosch. “Ach” denk ik bij mezelf, “Ik heb niets te klagen. Ik ben hier zo weer weg, en ik ben weer een ervaring rijker.”.

Ik ben vanmiddag opgenomen nadat ik thuis van ellende in elkaar zakte na een hoesbui waar je u tegen zegt. Kortademigheid, bezweet, benauwd. Het is geen pretje om geen controle meer te hebben over je eigen adem. Mezelf opgetrokken aan m’n bed en m’n bureau en met trillende handen de huisarts gebeld. Gesloten. Mooi kut.
Er is een spoedlijn, ik weet niet eens wat er met me aan de hand is, wat is dan spoed? Maar ik merk dat ik ga hyperventileren (weer zo’n first!), ik maak me kennelijk goed zorgen – dat is spoed genoeg.

De mevrouw aan de andere kant van de lijn probeert me eerst voor het reguliere spreekuur in te delen. “Red u het nog tot 4 uur?” klonk het aan de andere kant van de lijn met een licht geïrriteerde stem. Kennelijk klonk ik niet stervend genoeg. Maar deze vraag werd onbewust beantwoord met wat gestamel van “Ja, eh, denk ‘t wel.” maar ondertussen zette de hyperventilatie in en kreeg ik niet meer dan 2 woorden uit m’n strot zonder naar lucht te happen als een kat in het water. Dit was genoeg om haar te overtuigen, ik kon per direct komen.

De huisarts zat gebiologeerd te kijken en strooide met allerlei Latijnse termen over de telefoon tegen een longarts. Misschien was het een klaplong, misschien astma, maar dat zou niet kloppen met het patroon. Bronchites? Nouja, ik had weer geen koorts. “Ik heb nátuurlijk weer geen koorts” dacht ik bij mezelf. In elk medisch avontuur in mijn leven is het bij mij nét even anders. Ondertussen maakte ik me zorgen. Wat zou het dan wel kunnen zijn, belangrijker nog, wanneer houdt het op?

Ik werd ‘hoe dan ook doorverwezen naar het ziekenhuis. Ik bel een ambulance voor je’. Oh fuck, een ambulance. Reality check, het is serieus. Heb je wel weer wat te vertellen in de kroeg later, grote verhalen ophangen hoe die ambu vol snelheid met zwaailicht en sirene door de straten van Den Bosch scheurde, daarbij bijna nog een bejaarde dame van d’r rollator af te rijden. Uiteindelijk toch maar met moeders meegereden, die bijna ook hier mocht blijven van schrik.

Sinds binnenkomst bij de spoedeisende hulp (dat gaat echt vlot hier!) heb ik al weet ik hoeveel plakkers, hartmonitors, prikken en beademing gehad. Op het moment dat me verteld werd dat ik werd opgenomen wist ik niet eens wat er eigenlijk met me aan de hand was. Ik schrok er wel van, kennelijk. Het apparaat dat mijn hartslag bijhield begon in ieder geval te piepen op het exacte moment dat de longarts in opleiding met dat schattige neusje de woorden “je zult hier moeten blijven, je krijgt zo vast een infuus” uitsprak.
Nu blijkt dat ik astma heb gekregen – ja, dat kan elk moment gebeuren als het maar in je genen zit. En niet zomaar, meteen een zwaarst mogelijke aanval. “Dat verklaart de paniek van eerder vandaag in ieder geval” denk ik bij mezelf.
In retrospect heb ik dus twee dagen in een astma-aanval rondgelopen die daarna z’n hoogtepunt bereikt had. Mijn longcapaciteit werd geschat rond de 25% / 30% toen ik opgenomen werd.

“Ze hebben hier tijd genoeg” is een uitspraak die ik vaak hoorde in de 4 uur dat ik in dit gebouw was. ‘Fijn,’ dacht ik ‘hun wel. Ik moet morgen godverdomme m’n scriptie inleveren’. En ik sta uit het raam te kijken. “Tijd.. Tijd.. Stress.. Druk.. bleh.”. Ondertussen arriveren m’n spullen. Mams heeft rantsoen gepakt voor zeker een paar dagen, met m’n laptop en werkspul. “Kan ik in ieder geval vooruit”, mompelde ik. Maar het deed me pijn dat te zeggen. Vier jaar lang op die studie heb ik altijd gedacht “Wat zou het fijn zijn om nu opgenomen te worden in een ziekenhuis. Dan staat alles even stil en kan ik uitrusten.”. Nou, het moment is daar, vlak voor m’n afstuderen – goddamn! Ben ik zelfs nu nog aan het werk.
Internet via m’n telefoon, want een draadloze verbinding komt wel, maar is hier nog niet. Laatst geopende pagina; Google, bronchitis. “Verdomme ironisch” denk ik bij mezelf. “En dan lig ik hier op de urologie afdeling. Als astma patient zonder ervaring met astma, laat staan urologie. Zou ik het toilet zoveel kunnen gebruiken als ik wil?”

Maarja, ik heb me er bij neergelegd. Ik kan oprecht zeggen dat ik bang was op het moment dat ik m’n schoenen uitdeed en op bed ging liggen. Normaal deed ik dit bij oma in het ziekenhuis, en dan hield ik m’n schoenen aan. Nu lig ik er zelf. Omdat ik moeite heb met ademen… Ádemen, primaire levensbehoefte #1. En ik heb daar weer moeite mee…
Ik vind het ook doodeng om te lopen. Ik las in mijn rapport dat ik niet meer dan 10 meter kon lopen, leek me wat overdreven. Maar met 10 meter ben ik echt buiten adem. Hallo zeg, ik ben 22. Wat moet ik hier nou mee?

‘Schijt aan die tien meter’ en mn kop overstromend van emotionele angst, ben ik gewoon naar beneden gelopen. Net buiten de deur even bijgekomen als een bejaarde, en wat verder gelopen. Ik wilde me afzonderen, even alleen zijn. Dat kan hier niet. Lopend over het gras rondom het ziekenhuis werd ik teruggeroepen door een beveiligingsmedewerker. Dat was kennelijk niet de bedoeling, ik moest maar op de weg blijven.
Ik zag aan z’n ogen en merkte aan zijn toon van praten dat hij dacht dat ik van de psychiatrische inrichting kwam. “Ben jij hier opgenomen?!” “Ja meneer.” “Mocht jij naar buiten?!” “Ja meneer..” “Waarom dan?” “eh, een frisse neus halen?”. De man sprak me aan alsof ik een crimineel was die niet goed bij z’n hoofd was. Dat ik op het punt stond mentaal in te storten droeg misschien wel bij aan dat oordeel.

“Ach,” dacht ik “niemand is blij om hier te zijn, en ik hoop hier toch snel weg te zijn”. Anonimiteit alom. Ik nam plaats voor de ingang en heb heerlijk zitten janken. Ging het dan over het feit dat ik nu een ziekenhuis patient was? Denk het niet. Het had vooral te maken met het feit dat ik dit er weer bij kreeg, ik meende dat ik wel genoeg aandoeningen had. En dan ook nog zo een die je leven veranderd, waar je de rest van je leven rekening mee moet houden. “Er kan nog meer bij!” schelde André Manuel in mijn gedachten, met een sombere ondertoon. Daarnaast nog alle stress die zich ophoopte tot het instorten van vanmiddag. Ik zit er, echt, doorheen. Maar dit laat me wel accepteren dat ik hier lig, dat ik hier ook wel weer wegkom, maar dat ik anders tegen het leven aan ga kijken. Niet zozeer omdat de ziekenhuisbehandeling zo ingrijpend of eng is, maar omdat voor mijn gevoel het moment nu echt is gekomen dat ik bezweken ben onder de stress. Vlak voor de finish, vlak voor de victorie. Het was toch teveel. Nou, ben je mooi klaar mee. Leuk begin van een nieuw hoofdstuk in m’n leven.

De nacht was kort, elke twee uur werd ik gewekt door een zuster om m’n zuurstof en hartslag te controleren. Hiervoor wil ik series als Scrubs en Grey’s Anatomy graag bedanken. Deze series maken in een ziekenhuis werken ‘hip’ en dat zie je af aan de zusters. Geen zorg-nonnen meer, maar spontane meisjes met een gevoel voor humor die zich goed kunnen relateren aan de stress waar ik me in bevind, slapend in een ziekenhuis op de dag dat ik m’n afstuderen moet regelen.
Na het ontbijt van bevroren brood, een infuusje paardenmiddel en als toetje wat beademing, de laatste dingen voor m’n scriptie geregeld. Als het goed is komt mijn strijdlustige moeder vanmiddag met de scripties terug van de drukker, zodat ik de bijlagen toe kan voegen waarop zij ze weg kan brengen naar school. Ik geloof wel dat dat goed komt, zij wil net zo graag af van de Fontys als ik.

“Het komt allemaal wel weer goed”, mijn mantra. Er komt ‘n dag dat je hierom kunt lachen, hell, je hebt gisteren nog met een grijns naar het infuus op je arm zitten kijken. Weer een ervaring rijker.
Ik krijg een wegwerp inhalator, of ik moet zeggen de “Symbicort Turbuhaler 200″. Voor 120 dagen, twee keer per dag. Dus na 60 dagen is het ding leeg en ben ik weer de oude, althans daar gaan we vanuit.
De nieuwe oude weliswaar. Degene die voortaan op z’n nachtrust gaat letten, niet meer hooi op z’n vork gaat nemen als mogelijk en vooral aan z’n conditie gaat werken. “Scheelt ook mooi in de benzine kosten” denk ik bij mezelf terwijl ik over mijn pre-fab maaltijdplank door het raam naar een slaperig Den Bosch kijk.

Even later krijg ik een aantal longonderzoeken, de assistente liep me te pushen om beter m’n best te doen. De grafieken op het scherm leken een kleutertekening, allemaal gekleurde lijntjes die ongecontroleerd op en neer schoten. “Dat zou in twee vloeiende lijnen moeten lopen”, tja meid, daar kan ik ook niet veel aan doen, wel?
Gelukkig onderbrak de longarts ons en hij vond het wel goed genoeg. Hij begreep mijn situatie dat ik (helaas) echt niet te lang in het ziekenhuis kon blijven en vertelde me dat mijn longcapaciteit nu rond de 55% is. Regulier ligt dat tussen de 80% en 120%. “Ik laat je gaan op de voorwaarde dat je dírect terug komt als het misgaat.” Jawel meneer, danku meneer. Dan ga ik nu weer door met de laatste loodjes, en ik vraag me af of deze mini-instorting het einde is van dit deel van m’n leven, of dat ik dadelijk na m’n diploma uitreiking weer stomme grapjes mag maken met de nachtzuster die me elke twee uur wakker komt maken.

In ieder geval hulde aan het ziekenhuis, afgezien van het feit dat het een prachtig gebouw is van binnen, is het personeel erg ondersteunend geweest en ik voelde me eigenlijk al thuis daar. Nou zal dat vast normaal zijn, maar het was m’n eerste keer. Dan is alles specialer.

Industrieterreinen

Alles dat ik me bedenk, bedenk ik me onderweg. Nooit in de gelegenheid om iets te noteren. Misschien maar goed ook, zo blijft mijn gedachtegang van mij en alles dat ik deel met andere is maar een fragment van de hoogtepunten en je weet dat het altijd de details zijn die ‘t ‘m doen.
Zo ook vanavond, na een harde regenstorm in een waterig avondzonnetje alleen over het industrieterrein fietsen. De frisse lucht van verse regen tegen verroest staal en smog uit de pijpen.

Een industrieterrein is verlaten na werktijd, als een soort Tsjernobyl ligt het erbij; overal oude apparatuur, willekeurige stukken staal, verbleekte plastic tuinsetjes en goten gevuld met peuken. Alle tekens van leven zijn er, maar alsof iedereen halsoverkop gevlucht is na het luiden van de 5u klok, zo voelt het.
Industrieterreinen zijn vies en onverzorgd. Mensen doen er hun ding en willen daarna weer weg, die gaan niet in het weekend het gras achter het gebouw maaien, wat als gevolg heeft dat het echt een betonnen jungle lijkt. Dit specifiek industrieterrein in kwestie heeft ook nog een dode spoorlijn dwars door z’n midden, en je begrijpt dat ik niets fascinerender vind als een dode spoorlijn. Roestig staal tot aan de horizon, de potentie om ooit ergens te kunnen komen.

Het zal je ook niet verbazen dat ik hou van verlaten plekken, zowel, dan nu niet meer. Op verlaten plekken voel ik mezelf ook verlaten, alleen. En dan niet eenzaam, maar gewoon moederziel alleen. En misschien een beetje eenzaam.
Het liefst zou ik een kapot hek beklimmen en achter in de puin op een stuk staal zitten. Mijn gedachte werkt het best tussen door al verlaten puinzooi in een wat lijkt post-apocalyptische wereld.

Zo zie je maar, ik heb me daar op een klein stukje fietsen over natgeregend industriegebied van alles bedacht over mezelf, mijn leven, de samenleving en het leven an sich. Maar dat kan ik nu niet meer in woorden uitdrukken, enkel de omgeving daarvan. En wat ik me wel herinner, is dat ik altijd iemand mis op momenten zoals die, iemand die het begrijpt en waarmee ik kan sparren over de dualiteit en paradoxen van het menselijk geluk in het dagelijkse leven.

Prioriteiten

Volgens mij is het nooit in de aard van de mens geweest om depressief of ongelukkig te zijn. Denk er maar aan, alles dat kut gaat in een leven heeft een andere oorzaak, het komt nooit zonder reden. Of je je nou druk maakt over wat anderen van je denken, of je carriere wel goed loopt, angst voor het onbekende, onzekerheid. Het zijn allemaal dingen die óf extern komen, óf komen opborrelen in je gedachten omdat ‘als iets te mooi is om waar te zijn, is het waarschijnlijk ook zo’.

We worden in deze maatschappij opgevoed om niemand te vertrouwen, overal wacht gevaar om de hoek, om (tegelijkertijd) het beste te zijn voor iedereen om ons heen. Normen en waarden.. “Het moet niet waziger worden”.
Maar wat me vooral opvalt, is dat hoeveel issues er ook zijn in een leven, als je iemand of een reden hebt die je blij maakt, dat de rest eigenlijk allemaal niet meer zoveel uitmaakt. Emotie overschaduwt alle harde feiten van het leven, en het enige gevaar is dan de twijfel die het bij jezelf oproept; is het niet te mooi om waar te zijn?

Zoals een goede vriendin van me vroeger vaak tegen me heeft gezegd; ‘stop analyzing life and start living it’. Als het goed is, is het goed toch? De duivel zaait twijfel, maar ik geloof alleen in ervaring. En de ervaring leert dat ik nu gewoon heel blij ben, ondanks alle shit die passeert.

Balans

Het is van groots belang om in balans te zijn. En zonder goed geen kwaad, zonder duister geen licht. Balans is een evenredige hoeveelheid van tegenwichten. Het is tijd voor die andere kant van het verhaal.

Wat is er nog te doen, als de plekken van je beste herinneringen rieken naar de vervuilende lucht van teleurstelling en foute keuzes? Als twijfels en zorgen aan je gedachten knagen en de spijt van het alles zijn kop op steekt. Wanneer je vlucht van dit vuile verleden op weg naar een nieuwe toekomst waar je vervolgens dezelfde kuilen en stank aantreft, de enige nieuwe hoop verdacht veel lijkt op de vorige. Nu achtergelaten in de schaduw van liever vergeten herinneringen. Nieuwe kansen worden verbloemd door het verleden, de onzekerheid. Het vreet je op.

En ook al zet je deze zorgen opzij, schud je ze af en ren je zo hard als je kunt tot het accuzuur uit je spieren sijpelt. De zorgen zijn altijd een schim in je ooghoeken, soms lijken ze verdwenen in de schaduw achter je, maar als je uitgeput ook maar even op adem wilt komen in dit leven, haalt het je weer in. Zonder moeite komen de gedachtes je weer voorbij.

Neem het pad rechtdoor naar de horizon, naar huis, naar de zorgeloosheid en kom erachter dat de wegen veranderd zijn. Niets blijft wat het lijkt, tot het pad in de duisternis vergaat en het enige zwakke lichtje dat je moest helpen je verblind in het donker. In dit soort gevallen omarm je die duisternis, die gedachten. Rennen heeft geen zin, want de plannen worden toch gedwarsboomd door foute verleidingen. Ook in het aangenomen betere leven zijn dezelfde fouten te maken. Dezelfde kuilen en bochten. De verkeerde keuzes gemaakt om de juiste redenen, en de juiste keuzes gemaakt om foute redenen. Het leven is altijd een strijd en dit blijft je slopen tot je het opgeeft. Maar geef het niet op, kies ervoor om het met open armen te ontvangen. Vlucht niet van je verleden maar accepteer het. Laat het een deel van je zijn, zodat je er niet meer voor hoeft te vluchten.

Balans. “I will play this game. The game that will take me to my end. I want to see the end, and enjoy the consequences”.

The end is nigh

Ooit ergens rondom Woodstock waren er talloze hippies die “What’s going on in thé world today?” zongen. Als diezelfde hippies vandaag de dag nog leefden zouden ze van schrik hun snaren breken en joints inslikken want jongens, jongens, jongens toch. Wat een feest is het hier op de aarde.
Ik som even op, iets terug in de geschiedenis eerst, weten we nog die twéede wereldoorlog? Die eerste tsunami, gigantische bosbranden, volksopstanden, Tsjernobyl ramp? Vandaag de dag lezen we deze dingen in de krant tussen het schokkende nieuws dat Gerard Joling z’n anus liet bleken en dat Justin Bieber stiekem een meisje is.

Een blik op een site als nu.nl zegt genoeg; de meest gelezen artikelen gaan over moord, doodslag, rampen en nog meer bloedvergieten. Oorlogen, verkrachtingen, geweldadige overvallen, kernrampen, terrorisme, mishandelingen en meer moord en doodslag. Heerlijk he? Waarom wil ik dit eigenlijk lezen? Ik wordt er alleen maar depressief van en ik kan er toch niks aan doen, ik steek liever m’n kop in het zand. Maargoed, dat is een ander onderwerp.

Doomsayers, die zijn er volgens mij al langer als de hippies. Het Einde Der Tijden, de mensheid wordt gek! 2012 is het zover! Dan houdt het allemaal op (ook bullshit verzonnen door Terence McKenna aan de paddestoelen, beste man verder hoor)! Het einden der tijden is al zovaak gekomen en gegaan, dat de geboorte van een mongolide slang in een Zwitserse dierentuin meer nieuwswaarde heeft, maar die 2012 is toch erg sterk geloofd onder de mensen en ik moet zeggen, niet geheel onterecht.

Ik heb een tijd geleden een documentaire zitten kijken, ging over de bevestiging van het einde der tijden. Wetenschappelijk is het mogelijk, en de tekenen zijn er allemaal: De polen gaan verschuiven wat wereldwijde natuurrampen als gevolg heeft. Tsunami’s, tornado’s, overstromingen en kernrampen – check! Dat zit er al vast aan te komen.
En dan heb ik ooit een discussie gehad met een vriend van me, ook McKenna fan *net als ik, trouwens*. “2012″ zeiden we, “de kans is groot dat het gewoon 2013 gaat worden”. Een begripvolle stilte en instemmend geknik. “..Althans, voor de meeste mensen dan. Want er gaat geheid wat gebeuren.” werd er toegevoegd.

Want er gaat ook zeker wat gebeuren, de mens ontspoort en er zijn talloze theorieën en filosofieën die zeggen dat de mens op zijn toppunt is en dat de val nu toch echt wel eens moet komen. Scholieren knallen klasgenootjes omver, winkelcentra worden besproeid met volautomatische wapens, auto’s exploderen, zelfs ménsen exploderen op drukke pleinen, de een pleegt zelfmoord door zich in het hoofd te schieten in bijzijn van zijn kennissen, de ander neemt er eerst een half dorp, z’n familie en een paar agenten mee.
‘Whats going on in thé world today?!’. Ik denk dat die (on)bewuste angst bij mensen voor 2012 volgend jaar nog wel een hoop teringzooi gaat opleveren, het zal niet de eerste zijn dat een complete volksstam het einde predikten en gezamenlijk zelfmoord pleegde om de dood voor te zijn.

Maar misschien zijn dat juist de slimmeriken, die steken voorgoed hun kop in het zand. Wat is dit toch voor wereld om in te leven? Ruzie met je vriendje en je wordt doodgeslagen? Het zal wel aan mij liggen, maar ik ben nog zo iemand die de deur openhoudt voor een ander.
Enerzijds maakt de mensheid de wereld stuk, anderzijds maken wij elkaar stuk. En ik kom er toch weer op terug, waarom moet ik dit overal zien en lezen? Wat kan ik er aan doen? Waar verdien ik dit aan? Het lijkt wel alsof de media de goede hoop van mensen probeert te slopen zoals een ziektekiem zich verspreid. Het verrotte nieuws bereikt de verrotte geest en inspireert tot verrotte acties.

How much longer?

Gedachte #5

Is de verslaving van een kettingroker ook niet gewoon een vorm van een dwangmatige stoornis?

Beyond Black Mesa

Een fanmade film over het Half Life universum op een budget van een schamele 1200 dollar, da’s een euro of 60! Het is sowieso smullen voor fans van Half Life (zoals ikzelf) maar het is ook verwonderlijk om te zien hoe goed het in elkaar steekt na 2 jaar productie en die 1200 dollar. De special effects zijn, oke – niet fotorealistisch, maar bijzonder top-notch voor een amateurfilm, eveneens de omgeving die precies past in de Half Life sfeer. De karakters, vooral de Combine, zijn bijzonder goed neergezet en het gebruik van geluiden uit de games maakt het zo herkenbaar! Echt smullen :D

Het enige dat afweek van het echte Half Life gevoel is de ‘diepgang’ (if any) in de hoofdpersoon. Gordon Freeman is een echte emotieloze mute, maar deze film gaat ook niet over hem en daarbij, een emotieloze mute als hoofdpersoon maakt niets beter. ‘Tis gewoon goed gedaan, een erg, érg goede vertaling van een ‘simpele’ game naar een intrigerend stukje film. Zie alhier, de volledige film:

Over determinisme en existentie

Ik liep laatst over straat, en ik bedacht me ineens hoe vrij we eigenlijk zijn. Ik loop hier, over deze straat. Welliswaar met dank aan andere mensen, van de gemeente tot de stratenmakers toe, maar het is net zo goed mijn recht om hier te zijn als welk ander mens dan ook. Dit is niet iemands persoonlijke grond, dit is ‘onze’ grond. Niemand kan mij hier belemmeren om hier te lopen.
Fijne gedachte was dat, ik kwam er weer bij hoe goed we het hier eigenlijk hebben, en dat we zoveel kansen en mogelijkheden hebben. We zijn vrij, toch?
Maar tegelijkertijd ook weer niet, want terwijl ik daar liep viel me ook op dat ik me ingeperkt en béperkt voelde door alle verplichtingen en regels. Oké, er gelden wetten dus ik ben dan wel in vrije ruimte, ik mag nog niet ALLES doen dat ik wil. Dat begrijp ik nog wel, maar ik als persoon ben vrij, waarom moet ik dan nu naar huis om m’n huiswerk te maken, er aan denken vroeg te gaan slapen want ik moet morgen weer naar kantoor – en boodschappen doen, anders kunnen we niet eten morgen.

Hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors noemt dit ‘onvrij’ zijn. Je bent vrij in je keuzes die je maakt, maar niet de gevolgen die daarvan komen. Ik heb zelf gekozen voor die kantoorbaan, maar ik beperk daarmee mijn vrijheid.
Dit gaat verder in de menselijke psyche. Psychologisch onderzoek van Benjamin Libet toont aan dat er al impulsen zijn in ons brein nog voordat we de bewuste gedachte krijgen van een actie. Zoals beschreven; je ziet een eekhoorn klem zitten onder een tak. Je bent er al op ingesteld om het beestje te bevrijden, maar je hebt geen redenatie als ‘ik ben iemand die van dieren houdt, ergo dien ik het beestje nu te redden’. Die gedachte zou je hebben in de visie dat je alleen bewuste beslissingen neemt, maar in de praktijk heb je die eekhoorn al bevrijd voordat je eraan toe bent gekomen om na te denken. De strekking van dit verhaal is dat je veel dingen onbewust doet, zoals een jazzmuzikant kan improviseren en een voetballer niet bewust nadenkt over de plaatsing van zijn voeten.

Dat is vrijheid beperkt door genen en natuurwetten; ookwel Determinisme genoemd. De visie dat Determinisme best samengaat met een vorm van vrije wil is Compatibilisme, de tegenstelling daarvan heet Incompatibilisme.

DETERMINISME
De Stoa is een klassiek voorbeeld van radicaal Determinisme. Deze leer draait alleen om atomen, oorzaak en gevolg, natuurkundig bepaalde gevolgen. Seneca is een van die filsofen die daarin gelooft; ‘De wetten van de natuur begeleiden hem die toestemt, terwijl ze de onwillige meesleuren.’

COMPATIBILISME
gaat er vanuit dat ondanks dat alles dan vastligt in atomen en het onderbewuste, dat je toch vrij kan zijn. Zo kun je stellen dat een rookverslaafde welliswaar gevangen is door de drang naar een sigaret, maar hij heeft de keuze om een verlangen te hebben naar vrij zijn van die verslaving.

INCOMPATIBILISME
vind ik persoonlijk een mooie visie; we mogen dan wel gedetermineerd en onvrij zijn, het gaat erom dat we de vrije wil ervaren. In andere woorden; de existentie gaat vooraf aan de essentie, aldus Sartre – typische Incompatibilist.

Determinisme is een feit te noemen. De mechanica wetten van Newton en de kwamtumfysica bewijst wetenschappenlijk gewoon dat bepaalde processen in ons bestaan volgens logische structuren gaan. Dat valt niet te ontkennen. Persoonlijk voel ik me daar verder niet zo door belemmert. Ik ervaar alsnog een gevoel van vrijheid als ik over straat loop, ik sluit me wat dat betreft aan bij Sartre die de ervaring ook boven de feiten zetten. Wetenschap is een feit, mijn fantasie ook. Wat jullie?

Threadbare

thread·bare/ˈTHredˌbe(ə)r/Adjective
1. (of cloth, clothing, or soft furnishings) Becoming thin and tattered with age: “threadbare carpets”; “threadbare clichés”.
2. (of a person, building, or room) Poor or shabby in appearance.

Niet zo heel veel last van, maar zo voelt het. Gelijknamige ‘Threadbare’ plaat van Port O’Brien onder de naald en een monsterlijke mistbank voor je deur. Blaadjes worden weer oranje, het regent weer dagen aan een stuk en het is vervelend koud. Het is weer mijn tijd van het jaar. En het is al veel te lang geleden dat ik hier heb geschreven.. Tijd om wat in te halen, maar eerst een sfeermuziekje van eerdergenoemde plaat. Die gitaar, zo voel ik me.

Verder ben ik tamelijk kalm hoor. Ik heb het alleen druk, maar nu nog op een manier dat ik het kan managen. Elke letter die ik hier echter typ gaat weer van m’n tijd af. Nouja. Ook ‘settle’ ik niet ‘for anything less’. Want, dames und heren, ik heb mijn meest lieftallige vriendin ontmoet achter de bar op 1Ander Festival. Zo gaat dat he, Lex van de kaart, 13 bier bestellen en bam! Voor je het weet ben je getrouwd met 2 kinders.
Maargoed, het is dus herfst en dat doet mij goed als een paardenmiddel voor een reumapatient. Op de een of andere manier voel ik me thuis in de herfst. Alle geuren, kleuren en weersomstandigheden doen me nostalgisch denken, ‘hehe! Het is weer zo ver!’. Ik ga in de herfst altijd de rest van m’n leven na, alle herfsten die ik al heb meegemaakt, als de bomen oranje zijn kan ik dat wel ofzo. En toen ik net als werk ontwijkend gedrag op maandagochtend (maandag ja!) na zat te denken terwijl ik door die dikke mist tuurde, kreeg ik het gevoel dat ik hier moest schrijven, maar wat eigenlijk?

Ik ben te brak om er nog een poging toe te wagen om een filosofische insteek te presenteren, ik heb -as said before- veel te veel te doen (ik zit namelijk tegen het afstuderen aan). Wat doe ik hier eigenlijk?! Ik denk even tonen dat ik dit weblogje nog niet vergeten ben, en dat er vast nog wel wat zinnigs uit me komt als ik dat papiertje van HBO ICT heb.

Gedachte #4

Pas wanneer je jezelf niet meer herkent, kun je jezelf echt leren kennen.